Het geloof dat gruwelijke beelden in de media altijd choqueren is wijdverspreid. Met foto’s van oorlogsdoden die honderd jaar geleden, tijdens de Eerste Wereldoorlog, in de geïllustreerde pers verschenen, argumenteert dit artikel dat een verschrikkelijk beeld nooit tot slechts één mogelijke interpretatie leidt. Op Foucaultiaanse wijze gaat de aandacht uit naar het discours dat de betekenis van deze foto’s bepaalde. Aan de hand van een praktische methodologie ontleent aan het framing paradigma, worden vijf geïllustreerde magazines als casestudy geanalyseerd: Le Miroir uit Frankrijk, The War Illustrated (TWI) uit Groot-Brittannië, Berliner Illustrirte Zeitung (BIZ) uit Duitsland, 1914 Illustré uit België en Het Leven Geïllustreerd uit Nederland. Uit deze casestudy blijkt dat de pers niet alleen vandaag maar ook honderd jaar geleden gruwelijke foto’s publiceerde met een breed scala aan motieven. Choqueren was daar slechts één van.DOI: 10.18146/2213-7653.2016.249

Additional Metadata
Keywords World War I, illustrated press, photograph, magazine, death, corpse
Publisher Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid
Journal Tijdschrift voor Mediageschiedenis
Rights Auteursrecht van ieder artikel berust bij de auteur en wordt met toestemming van de auteur gepubliceerd. Indien een artikel is geaccepteerd voor publicatie gaat de auteur akkoord met een Creative Commons licentie Creative Commons Attribution-Noncommercial-No Derivative Works 3.0 Netherlands License
Note Tijdschrift voor Mediageschiedenis; Vol 19, No 1 (2016): De Eerste Wereldoorlog als media event: Nederland en België; 35-59
Citation
Cachet, Tamar. (2016). Motieven om oorlogsdoden te tonen in de pers. Tijdschrift voor Mediageschiedenis, 19(1), 35–59.

Additional Files
cover.jpg Cover Image , 188kb