In de achttiende eeuw was de Europische Mercurius één van de bekendste nieuwsboeken op de Nederlandse markt. Dit nieuwsboek verscheen in de periode 1690-1756, vanaf 1693 tweemaal per jaar. Doel van dit artikel is aan de hand van enkele voorbeelden de discussie te starten over de vraag welke mediahistorische waarde we kunnen toekennen aan het fenoneem titelgravures en hun verklaringen in de vroeg-moderne eeuwen. De voorbeelden zijn de vier titelprenten en hun bijbehorende verklaringen in de Europische Mercurius van 1730 tot en met 1733. Om een goed beeld te krijgen van de inhoud worden deze prenten en gedichten niet alleen uitgelegd, maar voor zover relevant ook gekoppeld aan de berichtgeving in dezelfde mercuur over de onderwerpen die op de prenten voorkomen.

Additional Metadata
Publisher Netherlands Institute for Sound and Vision
Persistent URL dx.doi.org/10.18146/tmg.237
Journal Tijdschrift voor Mediageschiedenis
Rights Authors who publish with this journal agree to the following terms:Authors retain copyright and grant the journal right of first publication with the work simultaneously licensed under a Creative Commons Attribution License that allows others to share the work with an acknowledgement of the work's authorship and initial publication in this journal.Authors are able to enter into separate, additional contractual arrangements for the non-exclusive distribution of the journal's published version of the work (e.g., post it to an institutional repository or publish it in a book), with an acknowledgement of its initial publication in this journal.Authors are permitted and encouraged to post their work online (e.g., in institutional repositories or on their website) prior to and during the submission process, as it can lead to productive exchanges, as well as earlier and greater citation of published work (See The Effect of Open Access).
Note TMG Journal for Media History; Vol 6, No 1 (2003); 5-27
Citation
Koopmans, Joop W. (2014). Nieuwsprenten in de Europische Mercurius van 1730-1733. Tijdschrift voor Mediageschiedenis, 6(1), 5–27. doi:10.18146/tmg.237